Terug naar af

zagen

De storm van wenskaartjes ontvangen en versturen is voorbij en aan het kaakkussen is een eind gekomen. Alles wat ik zou kunnen gebruiken in één jaar is voorzien. Nu komt er weer wat rust want ook de goede voornemens zijn na enkele dagen gesneuveld. Ik voel me zoals vroeger. Het was nog zo slecht niet.

Elk nieuwe jaar laten wij ons misleiden door goede voornemens te maken. We hebben nog altijd niet door dat we ons aanstellen en ons na enkele dagen belachelijk gaan maken.

Ik ga meer beweging doen. Ik ga elke dag een halfuurtje stappen. Dag één: vol moed in mijn stapschoenen geschoven. Dag twee: ik zat al treuzelend mijn veters te strikken. Dag drie: ik moet weer gaan stappen. Dag vier. Ik stapte naar het salon met een zak chips en legde mij languit op de zetel. Ik zal wel sport kijken op tv. Is die zak chips nu al op!

Voornemens tot een goed einde brengen is heel lastig omdat wij altijd veel te algemene wensen doen. Stoppen met roken, stoppen met drinken, meer met de fiets gaan rijden, mijn vrienden opzoeken …

En we houden te weinig rekening met onze hersenen. Die laten zich niet zomaar doen en op een zijspoor duwen. Ze wachten om wraak te kunnen nemen en om onze wensen in de vergeetput te duwen. Onze hersenen hebben onze vroegere levenswijze in zich opgenomen. Als we een inspanning moeten doen om elke dag ons voornemen waar te maken dan vinden wij er geen deugd bij. Dat is wroeten. En als we dan verzwakken en een beurt overslaan dan gaan onze hersenen in de aanval om het verloren terrein terug in te nemen. Zij sussen ons met “het was vroeger toch niet zo slecht en veel gemakkelijker”. En dan zitten wij in ons vroegere leefsysteem.

Alleen kleine concrete voornemens kunnen wij realiseren. Op woensdagnamiddag ga ik mijn dochtertje naar ballet brengen. Ik doe dat goedgezind. Ik noteer het op de kalender. Ballet met een lachend gezichtje. Ik stuur mijn kleinkind elke maand een briefje -of een kaart-. Genoteerd, de eerste van de maand met bpost.

Sommige slogans slepen ons mee, we laten ons erin vangen.

Een maand zonder vlees. Amaai, dat is niet gemakkelijk. Ik heb mijn gedacht er moeten bijhouden en op mijn lip moeten bijten. Mijn hersenen laten mij doen, ze weten beter. En na die maand komen mijn hersenen mij verleiden. Nu mag jij je wel belonen met een serieuze lap varkensribbetjes. Dat zal wel smaken. Nee zeker!

En we zijn ook al begonnen aan een maand zonder alcohol. Daar moet een stevige pint op gedronken worden.

We zitten momenteel in de 30 dagen van niet klagen en zagen. Niks mee te maken zeggen mijn hersenen. Ik zal me wel elke dag op mijn voorhoofd moeten kloppen om me in te houden als ik zo graag een potje zou klagen. Ik hou mijn geklaag en gezaag 30 dagen binnen en dan zit mijn kop nadien zo vol zagemeel dat mijn hersenen zullen revolteren. Mijn hersenen duwen mij terug in mijn gewone doen. Klagen mag maar ik mag geen zaag worden. Daar kunnen mijn hersenen mee akkoord gaan.

Best is niet van levensritme en intenties veranderen en genieten van wat er gewoon in mijn leven gebeurt.

 

Advertenties

Optimist tot in de kist

half-vol-half-leeg-1kopie

Moeilijk om te controleren. Optimist tot in de kist. Zelfs dat geloof ik niet..

Ik frons mijn wenkbrauwen als er iemand beweert: “Je moet toch optimist blijven”. Dat kan er bij mij niet in. Dit kan alleen gezegd worden door iemand die geluk heeft in het leven en alleen door een zoet kwaaltje aangetast wordt. Dat je een hoorapparaat moet dragen. Je moet optimistisch blijven! Bij zo’n prul is dat niet moeilijk. Ik zou die chancemensen eens willen horen piepen als ze iets ernstigs aan de hand hebben. Zoals -het is niet netjes hier een opsomming van serieuze tegenslagen te maken-. Vluchteling zijn en met een kind op straat leven. Dan ligt je optimisme in de goot. Optimistisch omwille van je hoge leeftijd en een goede gezondheid. Daar kan je niet optimistisch over doen. Dat is pure chance.

Mensen die met een smile op hun gezicht rondlopen en mij enerveren door hun hosanna’s, dat is aangeleerd optimisme om anderen aan te trekken. Die lach is bevroren en het optimisme is van plastiek.

Dan liever pessimistisch. Ah bah nee. Als pessimist boor je jezelf de grond in. En neem je anderen nog mee. Pessimisme is drijfzand waarin je wegzakt en meesleurt degene die je een helpend handje wil toesteken. Drijfzand? Dat drijft niet, dat zuigt. Beter woord is zuigzand. Of slokopzand. Zoals je best niet te dicht bij drijfzand komt en het je aangeraden is er omheen te stappen, zo ook bij een pessimist. Toch erg wat er allemaal in de wereld gebeurt! Ik laat hem in zijn wijsheid en doe of ik hem niet gehoord heb omdat ik mijn hoorapparaat niet in heb. Een mens is niet verantwoordelijk voor zijn gezicht. Soms ga ik denken dat sommigen hun gelaat hebben hersmeed en chagrijnige trekken hebben gekweekt.

Proberen realistisch te blijven, de voeten op de grond. Er zijn dingen die ik kan beïnvloeden -soms meer dan je zou kunnen denken- en er zijn dingen waarop je geen vat hebt en waar je jouw tanden op stuk bijt. We moeten sorteren: dat is té erg, te ver, te moeilijk. Ik kan er dus niets aan veranderen. Leg de grens van niet-mogelijk niet te dichtbij. Het is waarschijnlijk dat er meer te realiseren valt dan dat je van jezelf op het eerste zicht mogelijk acht. Relativeren van je mogelijkheden. De mogelijkheden die ik graag zou hebben eens uittesten en zien of het wel mogelijke mogelijkheden zijn.

Afwegen op de balans van “mogelijk/onmogelijk”. Wat op het schaaltje van “mogelijk” ligt pak ik op. Van wat op het schaaltje van “onmogelijk” ligt daar blijf ik af. Ik zou alleen mislukken, aan mezelf gaan twijfelen en kwaad worden omdat anderen mij niet voldoende hebben geholpen.

Aan de balie van een garage las ik: het mogelijke doen wij zo vlug mogelijk, aan het onmogelijke beginnen we niet.

Echt optimisme:

“Zelfs met één been hoeft het leven niet te stoppen. Op termijn wil ik aan atletiek doen”.

De zestienjarige Yara Waegemans staat steeds positief in het leven, hoewel in 2015 haar rechterbeen moest worden geamputeerd als gevolg van een tumor. Na de amputatie lag de revalidatie van Yara een half jaar lang stil omwille van een ontsteking. Dankzij enorme inspanningen van haar kan Yara opnieuw lopen.

“In het begin zat ik veel in een rolstoel, maar nadien lukte stappen steeds beter”.

Haar jongere zus Noëmi zegt dat sinds de amputatie Yara niets is veranderd. Ze maakt nog even graag plezier, lacht veel en heeft een hoop vrienden. De school waar Yara nu studeert heeft al een sponsorloop gehouden voor een speciale beenprothese die Yara de mogelijkheid zal geven om aan sport te doen.

Yara zelf heeft een Facebookpagina opgericht: “Positivity is a choice, my choice”.

 

 

Vijf voor 12

5-voor-12.jpg

Uit verschillende hoeken wordt er al jaren uitgebazuind dat het vijf vóór twaalf is. Ondanks het bazuingeschal wordt het maar geen twaalf uur. Is de koekoek van twaalf uur in slaap gevallen?

Het wordt tijd dat we eens ophouden met overdrijven. Ofwel moeten we het onheil de kans geven om toe te slaan. Het is vijf voor twaalf om de kerncentrales te sluiten. Na vijf minuten nog geen kernboem gehoord. Wel het geknisper van enkele scheurtjes maar die zitten in mijn oude jeansbroeken ook.

Hoog tijd om -hoe laat is het?- in elk dorp maar één warenhuis toe te laten. Waarom? Is het al zo laat? Ik kan nu prijzen vergelijken. In warenhuis één koop ik varkensribbetjes, nadien stel ik vast dat in warenhuis twee de varkensribbetjes goedkoper zijn en dan is het weggeefdag in warenhuis drie. Ik krijg bij mijn varkensribbetjes nog een extra portie gratis. Zie me thuis al aankomen met vier kastaars van varkensribbetjes. In de koelkast ligt een half varken.

Het is dringend tijd -kijk eens op de klok- dat men de fietspaden beter gaat aanleggen en beter gaat verlichten. Van Kampenhout-Sas naar Melsbroek ligt er een pareltje van een fietspad. Maar er zijn zelden fietsers te zien. Alleen een file van auto’s die vanuit Brussel komen. Er zijn langs de baan geen grote scholen en er is geen industrieterrein. En langs een drukke baan fietsen doet men niet voor zijn plezier.

Het is vijf voor twaalf dat men zich gaat bewust worden van het gevaar om dronken achter het stuur te stappen. Veel pogingen gedaan en geen vermindering van dronken chauffeurs. Brengt de verbalisering misschien te veel op? Een achterlijk gedacht: een dronken chauffeur is geen gevaar, hij ziet alles dubbel.

Stoppen met overdreven snelheid. Over vijf minuten. Op een serieus lang stuk van de baan vóór een splitsing is het maximum 30 km/uur. Het is daar nu file. De chauffeurs houden daar hun auto aan de hand. Op de baan naar Putte mag er 70 gereden worden. Dat doe ik ook. En de ene auto na de andere floept mij voorbij. Ik durf daar mijn klak niet opzetten, ik wil niet dat ze gaan zeggen: “Weer een ouwe met een klak”.

Hoog tijd dat ik een horloge ga dragen. “Dan zal je wel weten hoe laat het is!” Zou het vijf voor twaalf zijn? Dan is het hoog tijd om een dutje te gaan doen.

Ik zou graag die vijf minuten voor twaalf op mijn gemakske doorbrengen en de vijf minuten na twaalf zou ik zalig willen wegdromen.

Mijn wekker is kapot. Het blijft altijd vijf voor twaalf. Of ik me nu druk of ongelukkig maak de wijzers blijven onbeweeglijk.

Als iemand mij zou zeggen dat ik mij moest haasten omdat het vijf vóór twaalf is dan zou ik hem vragen om zijn horloge enkele toertjes terug te draaien. Overhaastingsprobleem opgelost.

En als tomaatje (lees: toemaatje) geplukt in andermans tuin:

De Noordzee tikkende tijdbom
Ook dichterbij, in onze eigen Noordzee, loopt het goed fout. Volgens milieutoxicoloog Colin Janssen is het 5 voor 12. “We kunnen alleen maar vermijden dat het in het water terechtkomt”, zegt Janssen. Hij hielp samen met een team van wetenschappers mee aan het actieplan van staatssecretaris van de Noordzee Philippe De Backer. “De Noordzee is een tikkende tijdbom, maar we weten niet wanneer die gaat ontploffen. Het heeft gevolgen voor het ecosysteem én op lange termijn ook voor onze gezondheid. Ik ben hier zeer bezorgd over.” De boosdoeners zijn plastic verpakkingen, zakjes, visnetten, maar ook kleine plasticdeeltjes die in tandpasta, zeep of cosmetica zitten en vezels van onze synthetische kleren. Stuk voor stuk belanden ze in zee, en het grote probleem: plastic breekt niet of nauwelijks af. De vervuiling doodt per jaar niet alleen anderhalf miljoen dieren, die verstrikt raken of stikken. Aangezien plastic afbreekt in heel kleine deeltjes, zitten zeevruchten en vissen er ook vol van. Vooral door het eten van zeevruchten komen die ook in ons lichaam terecht. Het effect daarvan op onze gezondheid is nog niet bekend.

Ik ga volgend jaar naar Middelkerke op vakantie. Gezellig pootje baden en van die zoete zeevruchten eten die ik uit mijn plastiek zak opdiep.

De twee kanten van de medaille

medaille

Stond ik in het postkantoor achter een dame zo van mijn leeftijd. Ze was geldstukjes naast mekaar aan het leggen om contant wat postzegels te betalen. Houdt ze een muntje van 2 euro in haar hand en draait het om. “Ja”, zegt ze tegen de loketmadame, “dit is 2 euro. Ik moet de muntjes altijd aan twee kanten bekijken om zeker te zijn van de waarde”.

Die dame handelde dus naar het gezegde “een medaille heeft twee kanten”.

Als je één klok hoort dan loop je het risico maar de helft te weten te komen.

Soms zijn er wel drie klokken te horen. Onlangs is een priester uit Brugge voor de rechter gedaagd. Hij had per telefoon vertrouwelijke gesprekken gevoerd met een man die op het punt stond zelfmoord te plegen. En die man doet dat toch wel zeker!

De weduwe heeft de priester aangeklaagd voor weigeren van hulp aan een mens in nood. Hij wist wat haar man van plan was en had geen hulp gevraagd. Had hij dat wel gedaan dan zou haar man (waarschijnlijk/misschien) nog leven. De priester verdedigt zich door te zeggen dat die telefoongesprekken onder het biechtgeheim vallen en dat hij daarvan niets kan voortvertellen. De advocaat van de vrouw laat weten dat je geen biecht kan spreken en horen per telefoon of per GSM. Er is dus volgens hem geen sprake van biechtgeheim. Het waren alleen vertrouwelijke gesprekken. Een medaille met drie zijden. Te gek om op te spelden.

De medailles die uitgereikt worden aan verdienstelijke mensen hebben maar één kant. Mochten die medailles of eretekens twee kanten hebben dan zou je één kant ook op de rug kunnen zien.

Langs twee kanten bekijken behoedt een mens ervan halve waarheden als echt aan te nemen en die dan in wat afgezwakte vorm voort te vertellen. Een bericht dat een mens gehoord heeft en zo maar voortvertelt zonder de andere zijde van de medaille te bekijken verliest 10% van waarheid en die was al maar 50%. Na enkele keren voortvertellen gaat het om een ander verhaal.

We leven in een tijd dat wij om de oren worden geslagen met (nep)berichten. En als wij vaak rond ons oren worden geslagen verliezen onze hersenen de flexibiliteit om controle uit te oefenen. Dat noemen wij dan “hij gebruikt zijn verstand niet” en “het is niet verstandig wat zij vertelt”. Mochten wij alleen vertellen waarvan wij weten dat het echt waar is dan zou het ineens heel stil worden. Een plaat met: “Alleen vertellen wat waar is”. Vele mensen zouden een omweg maken.

Maar jij gelooft niets. Misschien klopt dat wel. Toch niet veel. Ik geloof alleen dat waarvan ik zelf kan vaststellen de het juist is … volgens mij.

Om terug te gaan naar het begin … uit mijn studie kerkelijk recht heb ik onthouden dat een biecht een sacraal ontmoetingsmoment is tussen een biechteling en een biechtvader. Je kan in strikte zin van op afstand niet te biechten gaan per GSM of langs de telefoon zoals je ook niet te biechten kunt gaan voor een ander.

Ik besef ten zeerste dat dit kerkelijk probleem je geen barst kan schelen. Ik heb er plezier aan gehad om nog eens in mijn oude doos te rommelen.

 

Gefopt

tesla

Foppen, wat een pracht van een woord! Of het zelfstandige naamwoord fop ook bestaat weet in niet. Iemand een fop bakken. Raar. Een flop wel. En het zalige woord fopspeen. Een baby die denkt dat hij de tepel van de borst van de mama in zijn mond heeft en er met overtuiging gaat aan zuigen. Geen melk manneken. Het is maar een fopspeen. Jij bent gefopt. En weet het zelf (nog) niet. In mijn babytijd deden de mama’s aan de tut tenminste nog anijs aan. Goed tegen de krampjes en ook zoet.

Heb jij het ook gehoord? Nee, maar ik heb het gelezen. Op tv hebben ze het ook gezegd.

Bij elk bericht moet ik even nadenken of zoiets wel mogelijk is. Het is niet omdat Jef Vermassen het zegt dat het ook waar is.

De dooddoener is: ”Het is wetenschappelijk bewezen!” Als ik dan vraag waar ik het bewijs kan vinden of wat eigenlijk het onderwerp van de prof was, dan krijg ik het verwijt: “Jij gelooft ook niets”. Zo is het, ik geloof inderdaad niets. “Jij twijfelt aan alles”. Ook goed, ik twijfel aan alles. Behalve dat mijn hoofd nog vastzit op mijn romp.

Ik las in de krant, nochtans een kwaliteitskrant die elke Morgen in mijn bus zit, dat 77% van de jongeren (leeftijd niet vermeld) vertrouwen heeft in Justitie. Dat lijkt mij een Reus van een kwakkel te zijn. En het vertrouwen was in 2009 maar 65%. Ik hoop dat de enquête niet bij dezelfde jongeren is gebeurd want die waren in 2009 misschien maar 10 jaar.

De zwakte van zo’n enquête is dat ik niets weet over het aantal jongeren, of die uit verschillende regio’s in Vlaanderen kwamen en wat hun achtergrond en scholing was. Zeg, maar daar kunnen wij ons niet mee bezig houden.

Ik heb zelf een rondvraag gestuurd naar twintig mensen. “Ben je niet bang van de klimaatsverandering?” Op die vraag antwoordden er tien neen (50%). Twee antwoordden soms (10%) en zes antwoordden ja (30%). De 10% die ik erbij mis waren twee analfabeten. Met zulk een wetenschap gaat men niet veel bewijzen.

In een enquête bij twintigers zegt 80% dat oude pee’s (zeker als ze een klak dragen) niet kunnen autorijden. Alleen zondags voormiddag mogen ze nog de baan op. 81% van de oude gasten zegt dat jongeren niet kunnen autorijden en een gevaar zijn op de weg. Alleen nog rijden in de botsautookes.

En ja, weet je, papier is geduldig. Men kan schrijven en drukken wat men wil en denkt dat het ook zo is. Het is aan mij om al dat mooi en kwalijk geschrijf en het drukke gedruk te bekijken en te vergeten en in een tekstballonnetje “Terug naar afzender” te sturen.

Waarom zou ik mij zorgen maken over datgene wat anderen als waarheid spuien.

Mijnen bompa bekeek me raar als ik vertelde dat ik geregeld een boek las. “Maar joeng toch, wat schiet je er mee op als je leest wat een ander denkt”. En ondertussen ging hij naarstig verder met het lezen van zijn gazet.

Zou dit recente onderzoek waar zijn?

De kleine benzinewagen Mitsubishi Mirage stoot, over zijn hele levenscyclus gemeten, minder CO2 uit dan een elektrische auto van Tesla. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek van het Massachusetts Institute of Technology (MIT), dat vraagtekens plaatst bij het groene imago van elektrische luxewagens. Dat schrijft The Financial Times.

 

Niet kennen ik

ijs

Als je zou denken dat je mij kent, dan moet ik je wel teleurstellen: ik laat mij niet kennen. Je kan weten hoe ik eruit zie, zelfs van ver al. Je kan zien dat ik de griep heb aan mijn snotneus. Je kan weten dat ik vermoeid ben omdat ik midden in je uitleg in slaap ben gesukkeld. Je kan ook een vermoeden hebben waar ik waarde aan hecht en wat voor mij bijkomstig is. Wat ik graag eet en dat ik geen tomaten lust. Je kan weten waar ik een hekel aan heb. Dat zijn kousen en druk gedoe. Maar wie ik eigenlijk ben daar heb je het raden naar. Je zou om dat te weten mijn leven moeten afpellen zoals je een ui van zijn rokken ontdoet om te weten wat de kern van de ui is. De Duitse schrijver Gunther Grass vertelt in zijn “De rokken van de ui” zijn belevenissen juist vóór en tijdens de oorlog. Hij begint bij de rok aan de buitenkant van de ui. Dan gaat hij verder en verder zijn leven in en rok na rok komt hij bij privébelevenissen en de kern van zijn leven.

Ik ben niet van plan alle rokken van mijn ui uit te trekken. Ik wil nog iets heel privé vrijstellen om in mijn kist mee te nemen. Dan lig ik daar te gniffelen … haha, dat wisten ze niet. Het wordt een binnenpretje. Letterlijk binnenin mijn kist. Zelfs onder de chrysanten van Allerheiligen komt niemand dat nog te weten.

Ik heb als kind thuis erg genoten van een cadeau dat mijn oudere broers maakten. Ik kreeg een heel groot pak. Daar kon ik blij mee zijn. Om te beginnen toch. Als ik de grote doos had opengemaakt, kwam er een iets kleinere doos te voorschijn. Dan weer een volgende doos die kleiner was. Zo kon dat tot zeven dozen gaan. Uiteindelijk kwam ik dan bij een heel klein doosje waar dan mijn cadeautje in stak. Na een berg papier en een stapel dozen. Zo ben ik aan mijn eerste polshorloge geraakt.

Het beste komt op het laatste. Met geduld komt het dessert. Een ijsje met een toren slagroom. Bekijk me maar en raad maar wat er in mij omgaat.

Nee, lekker mis geraden. Eén rok afpellen kan iedereen, de tweede rok kunnen sommigen ook nog afdoen. Verder is maar voor enkelen weggelegd. Voor de leden van de Derde Rok.

Het kan dat ik denk dat ik wel wat waard ben maar in feite loop ik mee in de tred van een massa Gusten. Alleen voor mezelf ben ik belangrijk. Ik moet eraan denken van te blijven ademen.

Mocht ik er zeker van zijn dat iemand anders erin geïnteresseerd is van wie ik ben en waar ik naartoe trek dan zou ik een dagboekje gaan bijhouden. Vandaag bruine pikante bonen gegeten. Ze smaakten naar Guatemala. Of beginnen aan een biografie. Ik heb er tot op heden al wat jaren opzitten. Stof genoeg om te vertellen. Maar wie gaat dat lezen? Liefst na mijn leven. Stel je voor dat mijn levensboek door iemand gevonden wordt. Ik zou mij schamen. Je doet toch niet alle rokken uit om naakt voor de pinnen te komen. In mijn biografie ga ik alle bladen aan mekaar vastplakken.

De dichteres Ellen Deckwitz schrijft: “Je leert dat je vrienden geen open boeken zijn en dat je een bepaalde kant van hen nooit leert kennen”.

Angst, liever niet

eind-eangstAngst is zo minderwaardig dat je er niet bang moet voor zijn. Angst moet genegeerd worden, het brengt geen enkel profijt.

”Als je angst hebt voor iets dan kom je juist daar terecht waar je angst voor had”.

Angst speelt altijd voor iets of iemand in de toekomst waarvoor er geen enkel bewijs is dat het ook gaat gebeuren. Even geduld en datgene waar men angst voor had is gepasseerd. Zonder een schrammetje op te lopen. Het was dus niet nodig om er het slapen voor te laten.

Blijft mijn toekomst nog betaalbaar met mijn pensioentje? En als ik in een rusthuis geraak? Wie zal dat betalen? Heb je die tv-reportage niet gezien. Om ziek te worden van miserie. En je kan niet gaan lopen, de buitendeur is op slot, niemand in de buurt. Erg voor de mensen die er zonder aandacht liggen te verkommeren en dag na dag een beetje meer sterven. Na de uitzending grote verontwaardiging. Nu is er ander onheil aan de beurt en steelt de Reus van de Bende van Nijvel de show.

Angst voor de examens. Ooit gehad. De angst vormt mijn fris kopje om tot groen bubbelsnot. Begin daar maar eens een vast feit uit te putten.

Angst om iets verkeerd te doen. Angst om fouten te maken. Dat is juist eigen aan de mens. Zonder fouten maken blijf je niet in leven en blijf je niet leren. Immers uit zijn fouten leert men. Ik heb veel fouten gemaakt, dus ben ik …

Angst om naar de kassa te gaan om te vragen of ze zich niet hebben vergist. Angst om een bezwaarschrift naar een Ministerie te sturen. Angst om niet de juiste woorden te vinden om aan een spreker een vraag te stellen. Angst om in een restaurant te vragen om mijn soep wat warmer te maken. Angst om zonder benzine te vallen. Angst voor een paard dat zo’n groot hoofd heeft en angst voor een koe omdat ze mij doet schrikken met BOEH. Angst om bij een begrafenis iets persoonlijks te zeggen tegen de nabestaanden. Innige deelneming … wat zou dat betekenen? Angst om aan Getuigen van Jehova de vraag te stellen of het al beter gaat met hen. Enkele dagen terug belde mij een Getuige. Heel vriendelijk vroeg ze mij of ik geen angst had voor de toekomst. Nee echt niet, ik ben atheïst.

Als ik dan toch angst moet hebben dan is dat bij de gedachte of onze gemeenschap nog wel een leefbare toekomst zal hebben. Veertig procent van de wereldbevolking sterft door de gevolgen aan fijn stof. Dat zeiden ze fijntjesweg op tv. Ik ga liever geloven dat die 40% sterft door armoede. Het zijn vooral de armste mensen in de armste landen die leven op en van de vuilnisbelt.

En dan mag ik niet denken aan het werk op de kabinetten, werken met kafkaiaanse ernst. En aan de doolhof van het gerecht, de processie van Echternach door gangen zonder einde. Och ja en niet te vergeten, verkeersagressie en kinderen die verdwijnen, hooligans die met verkeersborden gooien en voor de pret de politie te lijf gaan, vluchtmisdrijven na een dodelijk ongeval, stakers die mensen ambeteren. Stop joeng. Je bent ons angst aan het berokkenen.

In februari zat ik vast in een angst, helemaal geblokkeerd. Geen vijs los te maken, zelfs niet met cola. De angst die me in zijn greep had was dat ik dacht, er bijna zeker van was, dat ze in het ziekenhuis mijn voeten zouden amputeren omdat ze dag en nacht zo tintelden dat slapen of tot rust komen onmogelijk was. En dat ze mij zouden vastleggen op mijn bed omdat ik anders rare kuren zou kunnen uitsteken. Na de onderzoeken in het ziekenhuis kwam de specialist met het bericht. “Lichamelijk mankeer je niets. Je staat op het punt gek te worden van de stress. Jij bent een angstfabriekje. We zullen jou eens goed oplappen”. Ik mocht dus mijn voeten houden.

Wat doen tegen jouw angst?

Je angst opschrijven op een papiertje en dat stop je dan in een sigarenkistje met daarop een etiket “Vergeetput”.